|
Hugo Claus 1929-... - 2008 land: België taal: Nederlands |
(Brugge, 1929) is naast een ongebruikelijk productief en zeer hooggeacht dichter een minstens even productief en hooggeacht proza-, toneel-, scenario- en librettoschrijver, theater- en filmregisseur, beeldend kunstenaar en vertaler. Vandaar dat zijn naam vaak gesierd is met het epitheton 'De Duizendkunstenaar'. Ook is Hugo Claus wel de 'Proteus' van de Nederlandse letterkunde genoemd, vanwege de kameleontische diversiteit van zijn werk. Alleen al in zijn momenteel ruim 1300 pagina's tellende dichterlijke oeuvre treft men de meest uiteenlopende soorten gedichten, stijlen, thema's en zelfs poëtica's aan. In een interview merkte Claus hierover zelf eens op: 'Het is een pendelbeweging, een onderling bevruchtingsproces. Als er een bundel moeilijke gedichten verschenen is, mag je erop rekenen dat de volgende kermisgeschater is.' Hugo Claus debuteerde in 1947 betrekkelijk traditioneel met een in eigen beheer uitgegeven bundel belijdenislyriek. Begin jaren vijftig maakte hij in Parijs kennis met het existentialisme en het surrealisme, en met COBRA-schilders als Asger Jorn en Karel Appel. Ook kwam hij daar in contact met de Nederlandse experimentele dichters van de Beweging van Vijftig, onder wie Gerrit Kouwenaar, Lucebert en Remco Campert. Deze onderdompeling in 'de cultus van het spontane' leidde tot een aantal bundels experimentele lyriek, waarvan De Oostakkerse gedichten (1955) vaak als hoogtepunt genoemd wordt. Vanaf de jaren zestig ging Claus meer buitenwereld en actualiteit in zijn poëzie toelaten, wat blijkt uit het expliciete engagement in bundels als De geverfde ruiter (1961) of Van horen zeggen (1970). Tegelijkertijd nam vanaf die jaren zijn aandacht voor het (literaire) verleden toe: nadrukkelijker en minder verhuld dan voorheen ging hij citaten van en verwijzingen naar andere dichters in zijn eigen werk opnemen (bij voorbeeld in Het teken van de hamster, 1963), of gebruikmaken van historische en encyclopedische bronteksten. Een prachtig voorbeeld van dit laatste is zijn bundel over de vijftiende-eeuwse Vlaamse schilder Hugo van der Goes, Heer Everzwijn (1970). Ook 'herschreef' hij werk van dichters als Dante en Shakespeare (Sonnetten, 1988) en klassieke Sanskrietverzen ('Nu nog' in Alibi, 1985). In recente bundels De sporen (1996) en Wreed geluk (1999) vindt men Claus' volledige dichterlijke palet: naast aangrijpende autobiografische verzen zoals 'Broer' of 'Oostende', staan complexe, intertekstuele 'herschrijvingen' en montageteksten, satirische gelegenheidsgedichten, notitie-achtige 'knittelverzen' en commentaargedichten bij andere gedichten, foto's of kunstwerken. Alle thema's uit zijn eerdere werk - beweging, tijd en vergankelijkheid, bewustzijn, lichamelijkheid en seksualiteit, taal en traditie - komen in deze bundels samen. Toen Hugo Claus in 1994 de belangrijkste poëzieprijs voor het Nederlandse taalgebied, de VSB Poëzieprijs, ontving voor De sporen, sprak de jury dan ook van 'indrukwekkende, veelstemmige poëzie, genereus en rijk, niet geremd door de conventies van mode of goede smaak'. Auteur: Erik Menkveld Gedichten: |