|
Hone Tuwhare 1922-... land: Nieuw-Zeeland taal: Engels |
een Maori-dichter, werd geboren in Kaikohe, in het noorden van Nieuw-Zeeland. Toen hij zes jaar oud was stierf zijn moeder en nam zijn vader hem mee naar Auckland. Ze woonden daar in een hut van golfplaten met een aarden vloer, maar Tuwhare bewaart er goede herinneringen aan. In het begin sprak Tuwhare thuis alleen in het Maori, maar later sprak zijn vader alleen Engels met hem omdat hij wilde dat zijn zoon het goed zou doen op school, waar Engels verplicht was. Hij ging niet naar de middelbare school omdat zijn vader daar te arm voor was. Op zijn zeventiende ging Tuwhare werken in een werkplaats van de spoorwegen. Hij werd een gediplomeerd ketelmaker, werd lid van de vakbond en later van de communistische partij, die hij in 1956 weer verliet toen de Russen Hongarije binnenvielen. Tuwhare schreef zijn eerste gedicht toen hij bericht kreeg dat zijn vader was gestorven. Pas toen hij 42 jaar oud was publiceerde hij zijn eerste dichtbundel, No ordinary sun (Geen gewone zon). Eind jaren negentig verschenen zijn verzamelde gedichten onder de titel Deep river talk (Diepe rivierpraat). Zijn werk is wel gekarakteriseerd als een mengeling van arbeiderstaal, de bijbel en Maori-korero (verhalen), ‘alsof je tegelijkerijd in de kerk en in de kroeg bent.’ In 1999 werd Hone Tuwhare uitverkoren als poet laureate van Nieuw Zeeland. Auteur: Jan Eijkelboom Publications (selection): No Ordinary Sun (1964); Come Rain, Hail (1970); Sapwood and Milk (1972); Something Nothing (1974); Making a Fist of It (1978); Selected Poems (1980); Year of the Dog. Poems New and Selected (1982); Mihi. Collected Poems (1987); Short Back & Sideways (1992); Deep River Talk. Collected Poems (1993). |