C. Buddingh`-prijs 2004

JURYRAPPORT
C. Buddingh’-prijs voor nieuwe Nederlandstalige poëzie 2004

INLEIDING
'O, ik val niet meer, als een uitgehongerd weeskind, / op iedere nieuwe bundel aan die ik maar zie, / die tijd is voorbij en zal wel nooit / meer terugkomen', zo dichtte C. Buddingh' zo'n dertig jaar geleden wat monkelend in zijn Ode aan de poëzie. Voor de jury van de naar hem genoemde prijs voor het beste poëziedebuut van het afgelopen jaar is die tijd nog lang niet voorbij! Ruim twintig bundels werden met plezier en toenemende bewondering gelezen: de kwaliteit was dit jaar opvallend hoog.
De poëzie in Nederland en Vlaanderen vertoont al jaren een enorme variëteit en trends zijn maar moeilijk aan te wijzen. Over de hele linie bezien worden er echter geleidelijk aan meer toegankelijke gedichten geschreven dan in voorgaande jaren, gedichten die zich niet pas na doorwrochte studie prijsgeven en vanaf een podium de zaal kunnen worden ingeslingerd. De jury was gecharmeerd van het lef van zulke debutanten om poëzie over het voetlicht te brengen, al trok zij het dichten per microfoon niet voor wanneer het zich op papier niet staande hield.
Zij vroeg zich af, welke debutanten niet alleen een grote belofte leken, maar dat ook nu reeds waarmaakten. Tenslotte nomineerde de jury na ampel beraad, vol heftig geciteer, uit een aanzienlijke kopgroep een viertal dichters.

MARIA BARNAS
Twee zonnen van Maria Barnas overrompelde direct met een eigen toon: peinzende muzikale poëzie, wanhopig en geestig, krachtig en breekbaar, met een transparantie die bij herlezing complexer wordt. Het wekt bewondering wanneer iemand er in slaagt in gedichten melancholiek over verhoudingen te tobben zonder sentimenteel te ontsporen, zonder ook de taal louter als voertuig van anekdoten te gebruiken.


BAS BELLEMAN
Van een ander soort dichterlijke moed getuigt Nu nog volop ventilatoren van Bas Belleman. De merkwaardige titel is ontleend aan een slogan van winkelketen De Lampenier en wordt als een incantatie gerecyceld in het titelgedicht: nu volop nog ventilatoren /  nu volop ventilatoren nog / nu ventilatoren nog volop. Het is een riskant procédé waar Belleman in slaagt, omdat hij de lezer niet alleen geraffineerd in de maling kan nemen, maar bovendien overtuigend zelfbewuste regels schrijft. Belleman is cerebraal en taalgevoelig ineen.

SASKIA DE JONG
Als er een trend is in de richting van toegankelijker poëzie, dan is de bundel zoekt vaas van Saskia de Jong daar zeker geen voorbeeld van. Zij schrijft raadselachtige gedichten waaruit woorden en soms zelfs hele zinsdelen lijken te zijn weggevallen. Daardoor breekt ze op een heel eigen manier de taal open, een taal die soms bitter klinkt en die gepreoccupeerd lijkt met het gewelddadige van het christelijk offer. Een weerbarstige taal, die je niet vaak hoort en die je niet met rust laat.

JOEP KUIPER
Niet minder gefascineerd was de jury door Monarchieën van Joep Kuiper, vooral door de eerste helft van de bundel, de creatie van een naar bederf stinkend werelddeel dat maar al te nabij komt. Uit Kuipers gedichten spreekt onbevangen lef, met een goed soort onbesuisdheid. Iets verontrustends heeft in deze bundel de macht overgenomen, al wordt niet helemaal duidelijk wat. Het is er vaak een drukte van belang. Er loeien even makkelijk ambulancesirenes als stieren. In een fraaie paradox toont hij hoe 'de stilte / van de stieren wordt geslacht.'

Het is een sterk kwartet. De jury meende evenwel dat er twee dichters uitsprongen. In alfabetische volgorde zijn dat Maria Barnas en Bas Belleman. En daarmee moest zij kiezen tussen de overrompelende melancholie van de eerste en het gewiekste taalbewustzijn van de tweede. Tussen de subtiele wanhoop van Twee zonnen of de knappe observaties van Nu nog volop ventilatoren.
De jury verschilde over die uiteindelijke keuze niet van mening. Er is één bundel die volgens haar de C. Buddingh'-prijs 2004 verdient. 'Redelijkerwijs moet ik / nu winnen' staat er in het eerste gedicht van Belleman. 'De dag is een tafel voor twee' schrijft Barnas in een ander gedicht. Gaat het over deze prijs, dan hebben beiden ongelijk. Want de prijs gaat  niet naar twee, maar naar één, en zelfs als de jury redelijk is, kan zij slechts tot één conclusie komen. Het beste debuut van het afgelopen jaar, daarover was de jury het unaniem eens, was: Twee zonnen van Maria Barnas.
De jury van de C. Buddingh'-prijs 2004,

Maarten Doorman
Peter Theunyck
Anne Vegter