Intertekstualiteit is een fenomeen met toespelingen naar en structureringen van oudere teksten en mythes. De collages die de Dadaïsten maakten aan het begin van de 20ste eeuw refereerden op een bepaalde manier aan de homogene, hoge cultuur van die tijd. Dat zou ook gezegd kunnen worden van de ‘readymades’ van de jaren '60, maar de opkomst van lage en buitenlandse kunst toonden een vooruitblik naar een ander soort maatschappij. Doordat het multiculturalisme en het internet de mogelijkheid gaven om over de grenzen te kijken is onze taal fundamenteel veranderd. Een nieuwe manier van citeren ontstond: flarf. Daarbij haalt de dichter een zin, gevonden in Google, uit zijn oorspronkelijke context zonder op te zoeken wat het betekent. Deze taal heeft per definitie al een onduidelijke bron. Door dit medium krijgen de vragen over copyright en plagiaat dan ook een geheel nieuwe dimensie. Omdat de gelijke noemer toch vaak de Engelse taal is, neigen dichters wel eens naar regionale en dialectische variaties, waardoor de taal minder gelijkmatig en vertrouwelijker klinkt. Maar de vraag blijft toch: Is het gebruik van zulke citaten door dichters een gevolg van globalisatie?