banner
Maud Vanhauwaert en Rodaan Al Galidi - auteurs Po√ęziegeschenk 2021

Maud Vanhauwaert en Rodaan Al Galidi - auteurs Po√ęziegeschenk 2021

Vrijdag 29 januari, 20:30 - 21:15 uur
Live via zoom - tickets

Maud Vanhauwaert en Rodaan al Galidi schreven samen het poëziegeschenk 2021, ‘Samen Al t’Hope’, dat je tijdens de Poëzieweek cadeau krijgt bij € 12,50 aan poëzie. Maud zwaaide nog maar pas af als Stadsdichter van Antwerpen waar ze twee jaar de stad doorkruiste op zoek naar nieuwe verhalen en poëzie die ze als installatie of performance presenteerde. Het is haar specialiteit om met speelse, theatrale ingrepen poëzie los te weken van het papier: ‘poëzie als shortcut om tot een wezenlijke ontmoeting te komen’. Rodaan al Galidi werd al eens de ‘Asielzoeker des Vaderlands’ genoemd. Als Irakees vluchteling kwam hij in 1998 naar Nederland. In minder dan geen tijd beheerste hij de taal op literaire niveau. De verwondering van een vreemdeling die zich langzaam een nieuw land en een nieuwe cultuur eigen maakt is een vaste waarde in zijn werk gebleven. In de roman 'Hoe ik talent voor het leven kreeg' beschrijft hij zijn jarenlang durende asielprocedure waarin hij Nederland en Nederlanders een confronterende spiegel voorhoudt. Zijn bundels 'De herfst van Zorro' en 'Koelkastlicht' werden genomineerd voor de VSB Poëzieprijs, de belangrijkste prijs voor een Nederlandstalige poëziebundel.

gedichten

Reveil

k heb ze nodig, de dichters
de levende en de dode
om hun verzen te knopen aan elkaar
tot een prikkeldraad waar de dood
niet overheen kan  

je kan er niet mee naar de oorlog
 bovenal leven zij in hun verwaaide
 hoofden, struikelen al over een komma
 dwalend onder het blauwe licht van
verlegen lantaarns  

en toch, ik heb ze nodig, nu meer
dan ooit de dichters de levende
de dode, hun verzen op spanning
 hun gewogen woorden
nu mijn taal zich terugtrekt

het eb is in mijn lichaam
 en de leegte zo groot, maar zo
onaanzienlijk groot, maar zo
onaanzienlijk,

maar zo.

Maud Vanhauwaert,
Uit haar brief aan alle Antwerpse dichters

 

 

Zeg mij, leven,
zodat ik mijn taal kan zijn.
Lees mij,
zodat ik je kan begrijpen.

Is het waar,
dat wij eens
uit elkaar zullen gaan?
Ik naar het niets,
en jij
naar de vergetelheid?
Ik wil het niet geloven,
dat wij
niet voor altijd
bij elkaar zullen zijn.

Ik ben het mooiste toeval,
omdat het ons bij elkaar bracht.
Leven,
blijf voor mij
langer dan
ik.

Rodaan Al Galidi
uit 'Koelkastlicht'