De Grote Poëzieprijs Dé prijs voor Nederlandstalige poëzie
Dé prijs voor Nederlandstalige poëzie

De Grote Poëzieprijs

De Grote Poëzieprijs - opvolger van de VSB Poëzieprijs (1994 - 2018) - is dé prijs voor Nederlandstalige poëzie en bekroont met ingang van 2019 jaarlijks de beste Nederlandstalige dichtbundel van het voorgaande jaar met € 25.000,-. De eerste uitreiking vindt op 16 juni plaats in het programma Prijs de poëzie! ter afsluiting van het 50e Poetry International Festival. 

De Grote Poëzieprijs is een prijs van, voor en door het werkveld van de Nederlandstalige poëzie en streeft ernaar om met bestaande en nieuwe partners uit te groeien tot een platform dat even levendig en veelzijdig is als de Nederlandstalige poëzie zelf.

"Identiteit vanuit vele gezichtspunten onderzocht"

Eerste Grote Poëzieprijs voor Radna Fabias!

Foto © Hielke Grootendorst

Met haar succesdebuut Habitus wint Radna Fabias na de C. Buddingh’-prijs 2018 en de Awater Poëzieprijs en Herman De Coninckprijs 2019 óók de eerste editie van De Grote Poëzieprijs. De prijs, € 25.000,- voor de beste Nederlandstalige bundel van het jaar, werd op de slotdag van het gouden Poetry International Festival uitgereikt samen met de C. Buddingh’-prijs, die naar Roberta Petzoldt ging, voor haar debuut VruchtwatervuurlinieHabitus is daarmee zonder meer de meest prijswinnende debuutbundel ooit. Ook werden op het festival prijzen uitgereikt door jongeren, een initiatief van School der Poëzie. De School der Poëzie-Communityprijs ging naar Ted van Lieshout voor Ze gaan er met je neus vandoor, Roelof ten Napel kreeg de Jongerenprijs voor Het woedeboek, ook genomineerd voor De Grote Poëzieprijs én de C. Buddingh’-prijs. Met het uitreikingsprogramma 'Prijs de poëzie!' sloot Poetry International het gouden jubileumfestival even feestelijk af als dat het begon.

 

 

Foto © Wouter le Duc

 

"niets is op te lossen met een paar slimme oneliners"


De jury van De Grote Poëzieprijs 2019 kreeg 150 bundels ter lezing en nomineerde er niet vijf maar zes, vanwege het hoge aantal inzendingen, de verlengde periode waarover werd gejureerd en de aangetroffen kwaliteit. Opnieuw gaat de hoofdprijs dus naar Radna Fabias: “Het is verleidelijk om Habitus van Radna Fabias te beschrijven als een bundel die ‘de zwarte stem’ vertegenwoordigt in de Nederlandse poëzie, of als een bundel die gaat over de verschillen tussen een Caribische blauwe zee en Hollandse vrieskou. Maar met die betiteling van ‘zwarte stem’ alleen doen we deze poëzie te kort. Habitus is juist een steengoede bundel omdat ‘identiteit’ hier vanuit vele gezichtspunten wordt onderzocht. De bundel is te lezen als een felle aanklacht, maar tegelijk is het ook telkens meer dan dat. Fabias graaft net zo lang in wat bedenkelijk is – waarbij ze ook zichzelf niet spaart – totdat de complexiteit van een probleem zich openbaart. Dit maakt dat Habitus deelneemt aan het ‘gesprek van de dag’, maar tegelijk – en belangrijker – dat de bundel er ook een krachtig tegengif tegen is. Niets is eenvoudig in deze bundel, niets is op te lossen met een paar slimme oneliners of standpunten. Fabias maakt het persoonlijke politiek en het politieke persoonlijk,” oordeelde de jury.

Hoe eensgezind ook, de jury stond ook stil bij het feit dat Fabias vrijwel alle prijzen van het jaar heeft binnengesleept. “Werkt de zoveelste lofprijzing voor een debutante niet verlammend? Ontbeert het de jury niet aan een eigen visie?” Het zijn overwegingen geweest die de jury naast zich neer heeft gelegd. “Dan zouden we niet gehoorzamen aan ons geweten: De Grote Poëzieprijs gaat dit jaar naar de allerbeste bundel, en dus naar: Radna Fabias!”

Juryverslag De Grote Poëzieprjis 2019

 

Jongerenprijzen voor Ted van Lieshout en Roelof ten Napel

School der Poëzie reikte op de slotavond van Poetry International twee prijzen uit, namens de Poëzie Community en namens scholieren uit Nederland en Vlaanderen. De Poëzie Community van School der Poëzie koos unaniem voor Ze gaan er met je neus vandoor (Leopold) van Ted van Lieshout, “een avontuur was om te lezen.” Jongeren van scholen uit Antwerpen, Amsterdam, Rotterdam en Gent namen deel aan workshops van School der Poëzie en lieten zich inspireren door de gedichten van de zes genomineerden. Zij kenden hun Jongerenprijs toe aan Roelof ten Napel voor Het woedeboek (Hollands Diep) “omdat het over woede gaat én over liefde.”

De jury van De Grote Poëzieprijs bestond uit Joost Baars, Yra van Dijk, Adriaan van Dis, Cindy Kerseborn en Maud Vanhauwaert. Zij nomineerden ook Nachtboot van Maria Barnas, Stalker van Joost Decorte, Het woedeboek van Roelof ten Napel, Genadeklap van Willem Jan Otten en Onze kinderjaren van Xavier Roelens. De jury van de C. Buddingh'-prijs bestond uit Els Moors, Tsead Bruinja en Kila van der Starre. Zij nomineerden ook Obelisque van Obe Alkema, Dwaallichten van Gerda Blees en Het woedeboek van Roelof ten Napel.

Jongerenprijzen School der Poëzie

De genomineerden van De Grote Poëzieprijs 2019

'We mogen concluderen dat de Nederlandstalige poëzie springlevend is. Ze is, ten eerste, divers in haar vorm. Van lyrisch tot uitgebeend, van abstract tot anekdotisch, van geëngageerd tot persoonlijk, van experimenteel tot traditioneel, en alles ertussenin. Ons viel op dat er veel gedichten waren die een expliciet of impliciet politieke lading hadden: blijkbaar vraagt deze tijd om een antwoord van de literatuur.' (Uit het juryrapport bij de nominatie) 

De beste Nederlandstalige dichtbundels van het afgelopen jaar zijn die van Maria Barnas, Joost Decorte, Radna Fabias, Roelof ten Napel, Willem Jan Otten en Xavier Roelens. 

Maria Barnas - Nachtboot

Maria Barnas - Nachtboot

Maria Barnas' Nachtboot is een bundel met scherpzinnige observaties over tijd en leegte, over kijken en ervaren, over dingen zien die men niet ziet. 'de toekomst ligt open als een greppel maar waar is de bodem', vraagt de dichter zich af. Dagelijkse dingen weet zij tot raadsels te maken in haar kalme verzen met steeds twee of drie regels bij elkaar gegroepeerd. Regels waarin klanken elkaar opzoeken en bevestigen, wat de gedichten een klassiek aanzien geeft. Maar laat u niet in slaap sussen, er zit een dreigen achter deze gedichten. Onheil klinkt en het is oorlog in het hoofd van de dichter en in haar kalme regels over 'Een boot die niets vervoert dan nacht

Maria Barnas in de Archives
Joost Decorte - Stalker

Joost Decorte - Stalker

Een volstrekt eigengereide, mystieke bundel die in de wereld van nu nieuwe mogelijkheden opent voor uitbundige lyriek. Hier durft een dichter een klassiek aandoende taal te bezigen waarvan eigenlijk al tijden vaststond dat ze dood en begraven was. Tegelijk staat Stalker bol van de neologismen, en dringt het lyrische ik steeds verder door in de taal, die het tezelfdertijd steeds meer lijkt te ontglippen. Een nieuw soort ‘poëzie van het echèc’ lijkt het, een die met de taal niet omzichtig omspringt maar ten volle haar lyrische, zingende mogelijkheden omarmt. Taal die vlees wil worden, die schijnbaar dood materiaal aan elkaar laat te klitten en nieuwe organismes vormt.

Joost Decorte in de Archives
Radna Fabias - Habitus

Radna Fabias - Habitus

Radna Fabias laat zich in Habitus niets gelegen liggen aan vaste versvormen en vindt de poëzie opnieuw uit. Vitaal, ritmisch en klankrijk, is dit sterk aardse en lichamelijke poëzie. Politieke poëzie ook, omdat het gaat over thuishoren en erbij horen. Het geweld van het 'omgekneed' worden door een andere cultuur, het zelfverlies dat ermee gepaard gaat, de koloniale geschiedenis, een ongelijk heden: het staat erin maar is nergens eenstemmig of eenvoudig. Fabias spreekt niet namens anderen maar wel vanuit het perspectief van anderen. De gedichten gaan over vrouw zijn, zwart zijn, over je vijand die ook je geliefde is. 

Radna Fabias in de Archives
Roelof ten Napel - Het woedeboek

Roelof ten Napel - Het woedeboek

Het woedeboek is de weerslag van een geloofsval, zonder alle clichés die de Nederlandse literatuur op dat vlak zo rijk is. Er wordt niets afgelegd, niets verlaten, maar de dichter worstelt met de verscheurdheid tussen twee dingen die mens ten diepste definiëren: zijn traditie en het verlangen dat die traditie verbiedt en te schande maakt. Een zeer persoonlijk portret van de woede die een jonge homoseksueel in een streng Christelijke omgeving verscheurt: woede jegens de traditie, jegens de omgeving die hem omwille van die traditie loochent, en uiteindelijk ook woede jegens zichzelf.

Roelof ten Napel in de Archives
Willem Jan Otten - Genadeklap

Willem Jan Otten - Genadeklap

Waar eerder werk van Willem Jan Otten nog zocht naar manieren om te kunnen geloven, spreekt in Genadeklap een dichter die dat geloof hééft, en die daardoor alleen nog het risico loopt het te verliezen of te verloochenen. Deze dreiging neemt zeer aardse vormen aan, want Genadeklap is een persoonlijke, rauwe bundel, over het lelijke gezicht van de dood, over het lelijke gezicht van de mens in doodsangst, over de mens die moeite heeft om niet zozeer in God, maar in het eindige leven te geloven. Ieder gedicht is een ontmanteling, ook die van de Amerikaanse dichter John Berryman, waarvan er magistrale vertalingen zijn opgenomen.

Willem Jan Otten in de Archives
Xavier Roelens - Onze kinderjaren

Xavier Roelens - Onze kinderjaren

Xavier Roelens heeft met Onze kinderjaren een dichtbundel gecomponeerd als een partituur. De vroegste jeugdherinneringen van 365 mensen vormen de humuslaag waarop 77 gedichten groeiden. De dichter sprak ze persoonlijk en dichtte terugtellend tot 1911 een eeuw aan persoonlijke herinnering aan elkaar. Roelens brengt de losse eindjes van deze herinneringen samen tot één magistraal, rafelend weefwerk. Iedere stem klinkt anders, elke herinnering creëert volslagen nieuwe beelden. Van de smurfen tot Harry Potter, van barende moeders tot gebombardeerde steden: de twintigste eeuw trekt in al haar vormen aan ons voorbij. Geluk of ongeluk hebben hier geen relevantie, echt gebeurd of fantasie al evenmin, en de lezer die op zoek gaat naar een uiteindelijke betekenis komt bedrogen uit.

Xavier Roelens in de Archives

De jury van De Grote Poëzieprijs 2019

De jury nomineerde niet vijf maar zes bundels voor de eerste editie van De Grote Poëzieprijs die op 16 juni a.s. tijdens het 50e Poetry International Festival wordt uitgereikt: ‘Vanwege de verlengde periode waarover wordt gejureerd, het grote aantal van 150 inzendingen en de aangetroffen kwaliteit is het ons gegund niet vijf maar zes bundels een plek op de shortlist te geven.’ 

De jury van De Grote Poëzieprijs 2019 bestaat uit Joost Baars, Yra van Dijk, Adriaan van Dis, Cindy Kerseborn en Maud Vanhauwaert. 

Joost Baars

Joost Baars

Joost Baars is dichter, essayist en boekverkoper. Zijn debuutbundel Binnenplaats (2017) werd bekroond met de laatste VSB Poëzieprijs en genomineerd voor de Herman de Coninckprijs en de C. Buddingh'-prijs. Baars leest voor op festivals als Poetry International, Winternachten en Read My World en schrijft recensies en interviews voor Poëziekrant en Awater.

Yra van Dijk

Yra van Dijk

Yra van Dijk is hoogleraar Moderne Nederlandse Letterkunde in Mondiaal Perspectief aan de Universiteit Leiden. Zij promoveerde aan de Universiteit van Amsterdam op de betekenis van het typografisch wit in de moderne poëzie, en bleef daarna onderzoek doen naar de materialiteit van literatuur en naar (digitale) poëzie en literatuur. In 2018 verscheen Afgrond zonder vangnet, liefde en geweld in het werk van Arnon Grunberg.

Cindy Kerseborn

Cindy Kerseborn

Cindy Kerseborn maakt literaire films over Caraïbische en Surinaamse schrijvers, zoals een drieluik over 'de grote drie' Nederlandse schrijvers uit de West: Edgar Cairo, Frank Martinus Arion en P.C. Hooft-prijswinnaar Astrid H. Roemer. Ze werkt aan een vervolg van drie poëtische literaire documentaires uit de West en de geschiedenis van Dande op Aruba.

Adriaan van Dis

Adriaan van Dis

Adriaan van Dis schrijft romans, verhalen en essays over kolonialisme en migratie. In veel van zijn boeken toont hij zich een buitenstaander tussen mensen die hartstochtelijk hun best doen ergens bij te horen. Hij ontving talloze literaire prijzen en in 2016 de Constantijn Huygens-prijs voor zijn gehele oeuvre. Van Dis verwierf niet alleen als schrijver grote bekendheid maar ook als presentator en interviewer.

Maud Vanhauwaert

Maud Vanhauwaert

Maud Vanhauwaert is schrijver en theatermaker. Voor haar poëziedebuut Ik ben mogelijk (2011) kreeg ze de Vrouw Debuut Prijs, voor haar bundel Wij zijn evenwijdig_ (2014) de Hughues C. Pernathprijs, de Herman De Coninck-Publieksprijs en een nominatie voor de VSB Poëzieprijs. In 2018-2019 is ze stadsdichter van Antwerpen. In haar werk zoekt ze naar speelse theatrale vormen om poëzie publiek maken.

Winnaars

2018

Joost Baars met Binnenplaats

2017

Hannah van Binsbergen met Kwaad gesternte

2016

Ilja Leonard Pfeijffer met Idyllen

2015

Hester Knibbe met Archaïsch de dieren

2014

Antoine de Kom met Ritmisch zonder string

2013

Ester Naomi Perquin met Celinspecties

2012

Jan Lauwereyns met Hemelsblauw

2011

Armando met Gedichten 2009

2009

Nachoem M. Wijnberg met Het leven van

2008

Leonard Nolens met Bres

2007

Tomas Lieske met Hoe je geliefde te herkennen

2006

Mark Boog met De encyclopedie van de grote woorden

2005

Arjen Duinker met De zon en de wereld

2004

Mustafa Stitou met Varkensroze ansichten

2003

Tonnus Oosterhoff met Wij zagen ons in een kleine groep mensen veranderen

2002

Anneke Brassinga met Verschiet

2001

Kees Ouwens met Mythologieën

2000

K. Michel met Waterstudies

1999

Esther Jansma met Hier is de tijd

1998

Rutger Kopland met Tot het ons los laat

1997

Gerrit Kouwenaar met De tijd staat open

1996

Leo Vroman met Psalmen en andere gedichten

1995

Huub Beurskens met Aangod en de afmens

1994

Hugo Claus met De Sporen